De Veerman van Kampen ‘hangt slingers op’ bij rondje IJsseldelta

Geplaatst op 19 augustus, 2021 om 12:04 | In de categorie:

Door Alex de Jong @ Attest Communicatie

‘Het leven is een feest’. Daar moet je volop van genieten. Door zelf ‘de slingers op te hangen’. Of je laat het doen. Door de crew van De Veerman van Kampen. Bijvoorbeeld tijdens de zes uur durende vaartocht ‘Rondje IJsseldelta’. Een relaxte tocht langs het Kattegat, IJsseloog en Schokkerhaven. Langs Genemuiden, Zwartsluis, Hasselt en Zwolle. Een dag met koffie en verse appelgebak met slagroom, een heerlijke lunch met smakelijke tomatensoep, broodje kroket en een broodje gezond. Of een borrelplankje en onderwijl genieten van de prachtige omgeving en van het aangename gezelschap van familie, en/of vrienden. Eén ding is zeker: de innerlijke mens wordt goed verzorgd en de tocht smaakt naar meer. Zoals een smakelijk wijntje, speciaalbier of advocaatje met slagroom…

‘We zijn volgeboekt; er is geen tafeltje meer over, maar je kunt bij mij in de hut je lunch nuttigen.’ Dat laat ik me natuurlijk geen tweede keer zeggen. Want bij kapitein Gerrit Visser in de stuurhut staat Radio 2 aan. ‘Vroeger was Radio 2 een zender voor ‘ouwe lullen’; niks aan’, grapt hij. ‘Tegenwoordig is het heerlijk om naar te luisteren; een zender met afwisselend muziek van toen en nu.’ Een beetje zoals ‘De Veerman’, opper ik. Want vandaag de dag gaan ook steeds meer ‘jongeren’ met de salonboot mee. Gerrit en zijn compagnon Martine Tromp doen daar alles aan. Dat gaat van nature, want Martine en Gerrit zijn gastvrij; dienstverlenend en vriendelijk pur sang. Ook vandaag staat de stuurhutdeur open. Is het niet omdat Gerrit met regelmaat daar even een sigaretje staat te roken, dan wel om zo een verkoelend briesje binnen te laten. Bovendien wippen de aan boord zijnde gasten zo makkelijker even bij de kapitein binnen. 

Coronatijd
‘Als je zolang niets hebt kunnen doen, is ineens een tocht maken, wel weer even wennen. Van helemaal niets mogen, naar ineens weer twee afvaarten per dag…’ De komende tijd staan er nog veel dagtochten en kleine sunsetcruises gepland. Tenslotte moeten hij en Martine, waarmee hij sinds 1 januari 2018 ‘De Veerman’ runt, grotendeels in 2,5 maand hun brood zien te verdienen. In de tijd buiten het seizoen wordt de salonboot veelal verhuurd voor feesten en partijen. Na bijna anderhalf jaar aan de kade, kan er nu weer met volle kracht vooruit worden gevaren.

Al vanaf zijn vijftiende is Gerrit (40) verknocht aan varen. Jarenlang koos hij met de Stedemaeght ‘het ruime sop’. Toen als werknemer, nu als ondernemer met een eigen salonboot. ‘Een wereld van verschil’, erkent de man die al 26 jaar lang zichtbaar plezier in zijn werk heeft. Waar Martine en de crew aan het rennen, vliegen en draven zijn om het een ieder aan boord naar de zin te maken, zorgt de schipper voor ‘food for thought’; hij verkondigt doorlopend wetenswaardigheden over het gebied dat we doorkruisen. 

‘Vliegende deur’
Zoals hoe de gemeente Kampen eeuwen geleden de Mastenbroekerpolder met de gemeente Zwolle ruilde voor het toenmalige Kampereiland. Hoe dat heel in het begin een zeer slechte deal leek, omdat het gebied regelmatig onder water kwam te staan. ‘Maar Kampen bemachtigde het stuk grond met recht van aanwas.’ Een superdeal, want het werd door de eeuwen heen, vanwege het aanslibben van land, alleen maar groter en groter. Nadat de Zuiderzee werd ingetoomd, was het gebied inmiddels al zo groot geworden, dat het landbouwgebied de stad immens veel pachtgeld opleverde. ‘Uiteindelijk werd Kampen hierdoor zo rijk dat er in de stad zelfs geen belasting meer hoefde te worden betaald.’ 
Hij verhaalt over het slibdepot, de Eilandbrug en hoe er aan de natuur weer ‘iets moest worden teruggegeven’ vanwege het bouwen van deze kunstwerken. Over de eilandjes, stroomafwaarts tussen IJssel en IJsselmeer, waar nu heel veel flora en fauna leeft dat hier eerder niet voorkwam. Zoals de Zeeaster en de Silene. Deze laatste bloem was naar zijn zeggen allang uitgestorven, maar kwam weer terug doordat er voor het slibdepot op sommige plaatsen 45 meter diep grond werd afgegraven. In die afgegraven grond zaten zaden van de silene. Zaden die, door juiste conservering, eeuwenlang in de diepe aarde wachtten op een kans om ooit te mogen ontkiemen. 
Hij vertelt van otters, bevers en – jawel – een heuse zeearend, die hier al jaren op hetzelfde eiland nestelt. Vandaag zien we ‘de vliegende deur’ niet. ‘Vliegende deur?’ Gerrit: ‘Het dier heeft een spanwijdte van tweeëneenhalve meter. Als je dat door de lucht ziet scheren, is het net alsof er een deur voorbij suist…’

Schokkers naar Kampen
In de verte zien we Schokland. ‘Nederland in het klein’, vertelt hij de opvarenden. ‘Want het eilanddorp was verdeeld in een katholiek en een protestants deel.’ Toen de eilandbevolking, als gevolg van de inpoldering en het indammen van de Zuiderzee, moest omkijken naar ander werk, trokken velen naar Kampen. ‘De Schokkers’ werden met open armen ontvangen door de Brunnepers, bewoners van een dorpje aan de rand van Kampen. ‘Vissers waren volgens de deftige Kampenaren slecht volk, dus die pasten wel goed bij de Brunnepers…’ 

Wie het samen enorm gezellig hebben, zijn Marjon en Dinie, twee dames van rond de zeventig die volop genieten van het mooie weer, hapje en drankje, elkaars gezelschap én van het uitzicht. Dat laatste brengt herinneringen met zich mee. ‘Het leven is één groot feest’, begin ik. ‘Maar je moet wel zelf de slingers ophangen.’ Deze laatste zin uiten we gedrieën. We lachen. Het ijs, als dat er al was op zo’n warme dag, is meteen gebroken. Dinie praat honderduit over hoe ze hier met man, drie kinderen en een hond, bijna ieder weekend vertoefde. Dat was genieten. Ook op zondag. Daar was haar kerk niet zo blij mee. Dus werd het gezin geroyeerd. Ze heeft er geen moment van wakker gelegen. ‘De schoolmeester van onze kinderen wist wel hoe het zat. ‘Uw kinderen zijn de enige drie blije kinderen die de maandagochtend op school iets leuks te vertellen hebben…’.’ Want het leven is er om van te genieten. Vandaar dat de dames op deze boottrip zijn meegegaan. Al was het ook wel spannend. De dames, verblijvend in Huize Margaretha, kunnen het erg goed met elkaar vinden, maar zes uur volledig op elkaars lip, zouden ze dat trekken? ‘Maar het gaat bijzonder goed’, beamen ze in koor. ‘Werd ook wel weer eens tijd’, vindt Marjon, die vertelt over hoe corona hen te lang heeft binnengehouden. 

Luidruchtige gasten
Terwijl Gerrit zijn wetenswaardigheden spuwt, de bediening af en aan loopt met versnaperingen, naderen we, via diverse bruggen in Zwolle, uiteindelijk de Spooldersluis, waarna we de uit zijn oevers getreden Gelderse IJssel weer op gaan. Nog even en het rondje van circa 65 kilometer zit er op. De tijd vliegt. ‘Driehonderd jaar lang heeft Kampen weten te voorkomen dat Zwolle haar eigen verbinding met de IJssel kreeg’, vertelt de schipper, terwijl Sanne Hans op Radio twee ‘Door de wind’ zingt. ‘Wat hebben we toch mirakels mooi weer, hè?’ verkondigt de zoveelste bezoeker die even met de kapitein een praatje komt maken. 

Eenmaal ter hoogte van molen ‘D’olde zwarver’, sta ik weer bij de dames aan de reling. ‘Daar komen we vandaan’, vertelt Dinie. ‘Van Zuid. Als meisjes werd ons verteld dat we nooit met een jongen uit Brunnepe thuis hoefden te komen.’ Ik moet weer denken aan het verhaal van de Schokkers en hoe ‘deftig Kampen’ niets met hen van doen wilde hebben. ‘We waren thuis met drie meiden en we zijn alle drie met een Brunneper getrouwd’, lacht Dinie. ‘Mijn man kwam van de Oranjewijk. Dat waren mensen met een eigen huis, dus dat kon nog net.’ Zeker mist ze haar man, maar het leven gaat door. ‘Hij zou gewild hebben dat ik, zoals altijd in ons leven, ook nu steeds met plezier leef. En dat doe ik.’ Ze hebben een mooie dag gehad. Ik ook. Maar toch ontbreekt er bij mij iets. Terwijl ik iedereen zie afrekenen, merk ik hoe de groep broers, zussen en aanhang de afgelopen uren steeds luidruchtiger zijn geworden. ‘Daar zitten al een paar wijntjes in’, grinniken de dames, die net daarvoor zelf nog lekker van de tokkelroom met slagroom hebben gesmikkeld. Nu weet ik wat ik mis. Ik had deze tocht niet alleen moeten maken, maar met een flinke club vrienden. Lekker achterover hangen, genieten van het gezelschap, het weer, een lekker hapje en een goed glas wijn of speciaalbiertje. Kortom: ik kom terug! 

Foto: Alex de Jong @ Attest Communicatie