Notaris Hil Herweijer: ‘Ik heb altijd gedacht dat ik onmisbaar was’

Geplaatst op 1 oktober, 2019 om 10:48 | In de categorie:

Als kind wilde hij graag minister of burgemeester worden. Ook het leven op de boerderij trok hem aan. Met het vak van zijn vader had hij niets. Toch kroop het bloed waar het niet gaan kon en werd Hil Herweijer uiteindelijk – net als zijn vader – notaris.

Een respectabel vak waar brood in zit. ‘Voor mij vooral een vak waarbij ik veel in contact kom met mensen.’ Want dat is voor hem, als echt ‘mensen-mens’, van groot belang. ‘Het persoonlijke contact is voor mij erg belangrijk. Daarmee onderscheid ik me als notaris.’

Hij herinnert het zich nog goed; hoe hij als kind, hij zal een jaar of vier, vijf zijn geweest, in de hal op de trap ging zitten. ‘Dan riep ik ‘mam, mam, kun je een scheiding in mijn haar doen, zoals bij de dominee?’ Daarna sprak ik de gemeente toe en zong voor ze…’ Terwijl hij vertelt, gebaart hij er druk bij. Om zijn lippen speelt een glimlach. ‘Oh, en natuurlijk luisterde de gemeente heel erg goed naar me.’

Suikerbieten

‘Ik had als kind veel liefde voor het boerenbedrijf. Ik woonde als kind in de Hoeksche Waard. Daar waren veel boerenbedrijven. Zo ook in het dorp ‘s-Gravendeel, waar ik geboren ben en tot mijn zesde jaar woonde. Ik kwam vaak bij een dorpsboer, vlak bij mijn huis, in de stal. Bijna iedere dag ging ik ernaartoe om de beesten te voeren. Ik herinner me nog dat, als de wagens met suikerbieten langskwamen, ik met een stok net zo lang tussen de bieten peurde, tot er een paar op straat vielen. Die nam ik dan mee voor de koeien.’

Zijn beide ouders kwamen van de boerderij. Daarnaast hadden diverse ooms en tantes een eigen boerenbedrijf. ‘Iedere woensdag ging ik naar de boerderij van mijn oom en tante. Spelen in de boomgaard, hutten bouwen, kersen en bessen plukken, voetballen, met hooi en stro op zolder hutten bouwen…’

Hoe leuk hij de boerderij ook vond, Hil wist wel dat hij geen boer zou worden. Maar wat dan wel? ‘Ik was meer in de wieg gelegd voor vakken als economie, geschiedenis, politicologie, recht…’

Rechtvaardigheidsgevoel

‘Eén ding wist ik zeker: ik wilde geen advocaat worden. Dan moest je ook mensen verdedigen die het in mijn ogen niet verdienden om verdedigd te worden. Zoals dieven, die van andere mensen iets hadden gestolen. Die verdienden straf, want deze mensen waren fout. Ach ja, ik had een sterk rechtvaardigheidsgevoel’, klinkt het verontschuldigend. ‘Pas later realiseerde ik me dat er (bijna) altijd verzachtende omstandigheden spelen, waardoor mensen op het verkeerde pad belanden.’ Hoewel zijn vader als notaris een leuke boterham verdiende, vond vader Herweijer wel dat zijn zoon zelf een keuze moest maken. ‘Hoewel economie, rechten en politicologie mij interessante studies leken, besloot ik uiteindelijk om rechten te gaan studeren, omdat die studie mij toch het meeste aansprak.’ Eenmaal met de studie bezig, merkte hij dat hij toch richting notarieel ging.

‘Eerst mens, dan notaris’

Februari 1980 zette hij zijn eerste stappen in het notariële wereldje; nu bijna veertig jaar geleden. Vanaf 1 januari 1994 mag hij zich notaris noemen (‘daarvóór ben je kandidaat-notaris’). Herweijer: ‘Ik ben twee keer lid geweest van een maatschap en heb sinds vijf jaar mijn eigen kantoor. Ter gelegenheid van mijn lustrum (5 jaar notariskantoor Herweijer) had mijn vrouw Agatha mijn studeerkamer thuis versierd.’ Natuurlijk deelde hij het op Facebook en kreeg immens veel reacties. ‘Je bent altijd mens gebleven en pas daarna notaris’, zo schreef iemand. Voor Herweijer het mooiste compliment wat je hem kunt geven. ‘Veel notarissen vergeten gaandeweg om nog langer mens te zijn.’ Hij wijst naar de muur in zijn kantoorkamer, waar een krantenknipsel met foto van zijn vader hangt. Een in memoriam.

‘Notaris met hart voor de stad’, staat er als titel boven. Het is duidelijk dat Hil Herweijer niets liever wil dan dat mensen hem later op dezelfde manier zullen herinneren. ‘Maar vergeet niet: achter grote mannen staan grote vrouwen; zo ook mijn vrouw die mij altijd heeft gesteund. En een fantastisch ‘dreamteam’ hier op kantoor!’ Dat dreamteam bewees zijn kracht toen hij zelf een jaar lang vanwege een burn-out uit de running was. ‘Ik heb me jarenlang kapotgewerkt en altijd gedacht dat ik onmisbaar was. Maar niemand is onmisbaar. Het werk op kantoor ging gewoon door. De mensen hier op kantoor konden het prima af zonder mij.’ Dat was een geruststelling, maar tegelijkertijd ook een nieuwe domper. ‘Immers: zelf heb je je altijd belangrijker gemaakt dan je bent. De wereld stond niet stil. Alleen mijn wereld. De rest ging gewoon door.’

Standup comedian

Als notaris heeft hij veel te maken met de overdracht van woningen. ‘In principe zou je het bijna routinematig kunnen doen. Maar iedere overdracht is anders dan de andere. Daarom zoek ik altijd naar een stukje geschiedenis, een herinnering of een leuk aanknopingspunt om te delen. Als het maar even kan, maak ik van de overdracht op die manier graag een feestje.’ Het liefst wil hij geen concessies aan de beleving doen. ‘Voor mensen is de aankoop van een huis een hele happening, een mijlpaal in hun leven. Dus moet je daar wel op een leuke manier bij stilstaan en zo een mooie herinnering creëren.’ Als ik aangeef dat hij, met anekdotes en grapjes een roeping als standup comedian heeft gemist, klinkt het met een lach: ‘Ja, dat zou best wel eens kunnen. Maar wel altijd met de juiste waardigheid voor het ambt, natuurlijk. Leuk en luchtig is prima, maar plat mag het nooit worden!’

Soms zijn de omstandigheden waarom mensen een notaris bezoeken, tenslotte helemaal niet vrolijk en wordt humor niet bijster gewaardeerd. Zoals wanneer een testament moet worden opgesteld door iemand die weet dat hij/zij niet lang meer te leven heeft. ‘Dan komt er een flink stukje empathie bij kijken’, vertelt hij. ‘Toch nog een beetje de dominee’, grap ik. Herweijer glimlacht en knikt. ‘Misschien wel. Ik bouw graag een band op met mensen’, zegt hij. Volgens hem komen veruit de meeste mensen in hun leven gemiddeld vier tot hooguit zeven, acht keer bij een notaris. Alleen ondernemers lopen, vanwege de oprichting van BV’s en dergelijke, doorgaans iets vaker bij hem binnen. ‘Maar die zitten niet te wachten op een voorstelling. Die willen de akte snel ondertekenen en weer verder…’

Volgend jaar veertig jaar in het vak; tijd om te stoppen? Herweijer: ‘In principe mag ik doorgaan tot mijn zeventigste, maar zo lang ga ik niet door. Hoe lang wel? Geen idee. Ik ben nu 62 jaar. Dit is mijn leven en er is meer in het leven dan notaris zijn. Ik moet ook tijd hebben voor mezelf, voor mijn vrouw en mijn kinderen, familie en anderen die mij dierbaar zijn en ook voor mijn hobby’s.’ Sinds zijn burn-out heeft hij iedere woensdag vrij. ‘Dat bevalt me goed. Ik zou willen dat ik mijzelf dit veel eerder had toegestaan. Jarenlang ging ik op de hoogste versnelling en vol gas door. Totdat het elastiek brak.’ Toen brak een veel zwaardere periode in zijn leven aan dan hij ooit voor mogelijk had gehouden. ‘Het heeft me veel geleerd. De balans tussen werk en privé is nu veel beter. Moet ook, want als ik dit een tweede keer meemaak, dan valt het doek misschien.’ En het vrijwillige afscheid? Want daar draait hij duidelijk nog omheen. ‘Geen idee. Ik vind dit werk nog steeds veel te leuk.’

Tekst (C): Alex de Jong @ Attest Communicatie