Column: Oh, wat ben ik onnozel!

Geplaatst op 23 september, 2019 om 10:24 | In de categorie:

Dan ineens is het druk. Vrijdagmiddag. Je zou verwachten dat iedereen al vroeg weekend houdt, maar in het Ondernemershuis Kampen gonst het van de activiteit. Beneden zijn de zes werkplekken bezet. Aan vier wordt druk gewerkt, eentje is van vaste afnemer Rinus en daarom off limitsvoor een flexwerker zoals ik, en één plek is door Mariska ingenomen die wel een erg lange lunchafspraak blijkt te hebben, maar vast nog wel weer terugkomt. Geen nood. Ook boven heeft super-conciërge Mark Bergsma inmiddels prachtige werkplekken gecreëerd. Ondernemershuis Kampen. Ik ben blij dat ik er deel van mag uitmaken.

Maar laten we eerlijk zijn: ik heb vanmiddag helemaal geen tijd om te ouwehoeren met collega’s. Geen tijd voor grappen en grollen met Peter (al doen we dat ‘stiekem’ toch, want we kunnen het niet laten; zijn elkaars ‘rode lap’ op de ‘spreekwoordelijke stier’, maar dan op een zeer prettige manier). Ik heb geen tijd om bij te kletsen met Mark, al wil die nu al voor de derde keer weten hoe het met me gaat. Ik heb geen tijd om over het journalistieke vak te praten met Herman omdat ik me eigenlijk helemaal geen journalist voel, maar dat liever niet zeg. Ook dat lokt weer een discussie uit en daar heb ik vandaag geen tijd voor. Er moet gewerkt worden. Ik moet aan de slag. Dus verontschuldig ik me snel en schiet de trap op met drie treden tegelijk.

Boven ruikt alles nog naar (muur)verf. De twee royale werkplekken aan het raam zijn onbezet, dus claim ik er een en sla mijn chromebook open. Zo, eindelijk verder! Als ik opkijk staat de super-conciërge al naast me. Hij demonstreert de DAB-radio, geeft me de Wifi-code van hierboven en vertelt honderduit. Fijn, Mark, maar ik moet eigenlijk aan het w…

(Ach, laat maar. Kletsen is ook fijn.)

Het enthousiasme van deze man heeft er in rap tempo voor gezorgd dat er inmiddels al twaalf huurders in dit pand zitten. Een mooi aantal. Maar nu de bovenverdieping klaar is, kunnen er nog meer bij. ‘Vandaag is de eerste dag dat het beneden echt vol zit en iemand daarom naar boven ‘moet’’, vertelt hij met een brede glimlach. ‘Mooi, joh!’ Ik mag dat wel, dat jongensachtige enthousiasme van de jonge hond die steeds opnieuw ontdekt hoe mooi de wereld is zodra hij een volgende stap heeft gezet.

Hulde voor Mark. Menig uurtje heeft hij in het opknappen van de bovenverdieping gestoken. Het resultaat is er naar! ‘Trek in koffie?’ vraagt hij. Dat heb ik. En ik voel me – bijna – beschaamd dat ik het hem straks laat brengen. Soms neemt hij zijn nieuwe rol als ‘super-conciërge’ te letterlijk, wil hij het graag iedereen dubbel en dwars naar de zin maken, en vraag ik me in stilte af of er ook iemand is die hem koffie brengt. Omdat het gewoon een aardige gozer is, of omdat hij zo voortvarend met het Ondernemershuis Kampen aan de slag is gegaan. Hij heeft het verdiend. Maar nu even niet. Ik moet aan de slag.

Rust. Heerlijk. Ik pleeg enkele telefoontjes – geïnterviewde mensen reageren voor mijn gevoel nooit snel genoeg op een conceptartikel -, open de mail en zie dat er toch reacties zijn gekomen. Blij verrast zie ik dat de artikelen in blijdschap zijn ontvangen, dat mensen nauwelijks correcties hebben en hoor ik mezelf zeggen ‘dat heb je weer goed gedaan, De Jong!’ Ja, ik praat graag (en veel) met mezelf. Ik weet het: een teken van intelligentie. Bedankt. Maar nu ben ik toch sneller klaar dan verwacht. Het geeft me de kans te genieten van de muziek die uit de radio schalt. Vanuit mijn ooghoek geniet ik tegelijkertijd van de bedrijvigheid die ik op straat zie. Geweldig! Wat een prachtige plek is dit.

En ik weet: ik mag het niet denken, maar stiekem hoop ik dat het nog even duurt voordat we van twaalf ondernemers naar twintig groeien. Want alleen dan heb ik nog de keus en kan ik weer gemakkelijk ‘mijn’ werkplek boven vinden en niet alleen heerlijk werken, maar stiekem ook nog eens genieten van een prachtig uitzicht. Tegelijkertijd weet ik dat deze geluksmomentjes van voorbijgaande aard zijn. Want wie wil hier als (kleine) zelfstandige nu niet zitten? Ik zou het wel weten.

Tegen mezelf praten een teken van intelligentie? Wie houd ik voor de gek? Ik ben hartstikke onnozel. Ik had natuurlijk een veel minder positief stuk moeten schrijven. Dan wilde jij, gewaardeerde lezer, hier niet ook een plek huren. Oh, wat ben ik dom!

(Maar helaas.)

Het enthousiasme van Mark is nu eenmaal (super)aanstekelijk. En heel eerlijk: ik deel dit plekje graag met jou. Hoe meer zielen, hoe meer vreugd. En ‘wie niet kan delen, kan ook niet vermenigvuldigen’, en zo. Denk daar maar eens over na. Maar niet te lang. Bel snel. Naar Mark. Want het duurt vast niet lang of alle mooie plekjes hier zijn weg…

Column door Alex de Jong, medeorganisator Open Coffee Kampen
@ Attest Communicatie

Foto: Freddy Schinkel