Tentoonstelling ‘The Art of Nature in Stedelijk Museum en Voormalige Synagoge

Geplaatst op 12 juli, 2018 om 6:40 | In de categorie:

De tentoonstelling ‘The Art of Nature’ van Sjoerd Buisman wordt op zaterdag 14 juli geopend  in de Gouden Zaal van het Stedelijk Museum Kampen . De tentoonstelling wordt geopend door Cherry Duyns, filmmaker en schrijver. Hij zal een rondetafelgesprek voeren met Sjoerd Buisman.

 

In 2016 vierde Sjoerd Buisman (1948) zijn 50-jarig jubileum als beeldend kunstenaar.

In deze 50 jaar heeft hij een imposant oeuvre opgebouwd en is zijn werk opgenomen in (inter)nationale kunstcollecties. Buisman heeft op een aantal van de belangrijkste kunstpodia gestaan, waaronder de Biënnale in Venetië. Hij was de eerste Nederlandse kunstenaar die experimenteerde met natuurlijke materialen naast het traditionele brons, hout en steen.

 

Het werk van Buisman kent vele vormen: van kleine tekeningen tot zeer grote beelden en enorme landschappelijke projecten, vaak tijdelijk van aard.” De diversiteit in het werk van Buisman heeft als consistente factor het thema ‘natuur’ en met name het groeiproces van binnenuit.

 

Als kind experimenteerde hij al met planten door ze steeds van plaats te verwisselen om op die manier het groeiproces te beïnvloeden. Op de Academie in Rotterdam ging Buisman hier serieus mee verder en in de jaren zestig van de vorige eeuw gebruikte hij de natuur zelf om zijn beelden te kunnen maken. Buisman wilde niet náár de natuur werken, maar mét de natuur. In die jaren vond er een verschuiving plaats in de kunstwereld van de persoonlijke signatuur en het persoonlijke verhaal van de kunstenaar naar de aandacht voor de realiteit van het materiaal zelf. Daarbij ontstond ook een hernieuwde interesse in materiaal uit de natuur. De kunstenaar verliet zijn atelier en kwam tot een andere benadering van kunst, waarbij het proces van het onderzoek een belangrijke rol kreeg. Met het insnoeren van pompoenen en bomen met een riem of staaldraad laat Buisman zien dat de natuur, ondanks deze verminkingen, toch doorgroeit en diverse interessante verschijningsvormen aanneemt. Buisman verstoorde door middel van externe factoren het groeiproces en observeerde en registreerde het in eerste instantie. Het is het feitelijk observeren van de wetenschapper, maar met het oog van de kunstenaar.

Ook verzamelde hij ongewone  groeivormen van takken, stammetjes en bladeren en stelde ze gesigneerd  tentoon in witte kastjes als ‘realia’, vergezeld van een korte uitleg. De kunstenaar toont hiermee de voor ons vanzelfsprekende natuur door het in een andere verschijningsvorm te presenteren.

 

Voor zijn groeiprojecten plaatste Buisman bomen in het landschap en vlocht hun takken in elkaar in kunstmatige hoekige  of cirkelvormen. Hij manipuleerde daarmee de natuur en bracht in samenwerking met de natuur groeiende sculpturen tot stand.  De factor tijd speelt altijd een essentiële rol in zijn werken. Groei is immers het resultaat van tijd.

 

Een experiment met de zwaartekracht leidde tot een verrassend beeld. Wilgen met kluit ondersteboven in een ruimte gehangen laten hun takken toch naar boven groeien. Door het groeiproces te verstoren zocht hij de grenzen op van de natuur om zich nog te kunnen herstellen  van de kunstmatige ingreep.

Met deze beelden ordent en stuurt de kunstenaar de natuur, maar het resultaat kan nooit helemaal worden voorspeld.

 

Buisman verschuift zijn aandacht van de uiterlijke verschijningsvorm van de natuur naar de innerlijke wetmatigheid van het groeiproces. Op zijn reizen naar Venezuela en Het Caribische gebied in 1977  herontdekte hij het grondsysteem, dat de basis vormt voor de rangschikking van de bladeren langs de stengel aan de plant. Deze rangschikking wordt phyllotaxis genoemd en toont prachtige patronen en spiralen in de groei van plant, blad en boom. “Dit principe van de ideale verhoudingen in combinatie met de natuurlijke elementen van een groeicurve, werkt hij uit in vele tekeningen en sculpturen.” Buisman noemt zijn tekeningen ‘nabeelden’. “Het is geen realistische weergave van de uiterlijke realiteit van de plant, maar van het inwendige principe, dat niet zichtbaar is. “

 

Deze oervorm van de plant inspireert hem tot het maken van een reeks van variaties van de spiraal. Het wordt de oervorm van zijn werk.

 

Het materiaalgebruik voor zijn sculpturen bestaat aanvankelijk nog uit hout, bitumen of cellulose; materiaal waarmee de kunstenaar direct kan werken. Dit heeft het voordeel dat de gehele constructie en afwerking van het beeld in de hand van de kunstenaar zelf ligt. Het organische karakter van het materiaal is mede bepalend voor de verschijningsvorm van het beeld. Nadeel is dat de materie ook zijn beperkingen heeft.

 

Eind jaren tachtig breidt Buisman zijn praktische mogelijkheden dan ook uit en gaat in brons werken. Er volgen vele beelden gebaseerd op de phyllotaxis. Spiraalvormen, die zich hoog oprichten of juist de grond inwerken. Ze hebben de verschijningsvorm van knoppen, stengels en bomen en bestaan uit segmenten, die geplaatst zijn volgens het spirale groeiprincipe. Buisman maakt volgens dit principe zijn eigen prachtige bomen en torens. Hij construeert ze niet alleen volgens natuurlijke wetmatigheden, maar schept ook natuurvormen, die niet echt voorkomen, maar wel een natuurlijke logica hebben. De kunstenaar werkt met een artistieke vormvrijheid, die hem doet verschillen van de wetenschapper.

 

Buisman toont in het museum en de locatie ‘Voormalige Synagoge’ zijn verschillende reeksen sculpturen en tekeningen, ontstaan vanuit zijn onderzoek naar de phyllotaxis van verschillende plantenfamilies. De stengel van de bleekselderij (Apium) met zijn concentrische, telkens verspringende schikking van de stengels, vormt het uitgangspunt van de phyllotaxis-reeks. Onderzoek naar andere plantenfamilies, zoals het kruiskruid (Senecio) en de succulentenfamilie Crassula zijn o.a. aanleiding voor het maken van wandsculpturen, een nieuw genre in zijn werk. De beelden gemaakt naar aanleiding van de divi-divi plant (Viscum divi-divi) met zijn horizontaal groeiende takken doen weer denken aan Buismans groeiexperimenten met de zwaartekracht.

 

Sinds 1995 werkt Buisman niet alleen in zijn atelier in Nederland, maar ook in Frankrijk, Normandië. Hij heeft er de ruimte en realiseert er nieuwe groeiprojecten met bomen en pompoenen. Het directe werken in en met de natuur brengt hem weer terug naar zijn begintijd. De uiterlijke verschijningsvorm van de natuur inspireert hem opnieuw.

 

Recent maakt hij fragiele, rechthoekige constructies van dunne takken en twijgen van planten, zoals bv. een roos. Ze worden in brons gegoten en daarmee vastgelegd in de tijd. Deze werken noemt Buisman ‘Ouroboros’, naar het Oud-Griekse symbool voor de eeuwigheid: van de slang die in haar eigen staart bijt.

Ook Buisman lijkt zich in zijn eigen staart te bijten, met dit verschil dat hij het resultaat niet aan de natuur overlaat, maar zelf tot het eind aan zet is.